In een cocon,
waarvan de korst
verhardt en groeit,
schuilt de pijn
om haar,
zij,
die me niet wil zien….
Ontmoederd door haar,
blijft ze toch:
zij,
die in mij uit liefde
is gegroeid.
Hoop,
laat het niet duren,
eens is het te laat.
De korst te dik
of
ik niet meer.