tootje

Hoog gras

Als kind was ik klein voor mijn leeftijd. Ik was ook nog kleiner dan de rest van de familie, omdat ik de jongste van het hele stel was. Vaak gingen we met z’n allen buiten spelen of wandelen. Mijn grotere broers en zussen schepten er een genoegen in om dan plekken uit te zoeken met gras, zo hoog dat het boven mijn zwarte kruintje uit torende. Ik verdween dan gewoon tussen de lange sprieten. Vreselijk geplaagd werd ik met het feit dat ik dan een keel opzette en niet verder durfde te lopen door die uitzichtloze groene wereld. Nooit heb ik mijn werkelijke angst durven te vertellen, omdat ik bang was dat de plagerijen dan helemaal de overhand zouden krijgen, men zou mij toch niet geloven.

fotoTussen dat hele hoge gras, dat weet ik zeker, daar waren in de grond kleine diepe gaten, net groot genoeg voor hele kleine meisjes en enge grondwezentjes. Die wezentjes waren gek op kleine meisjes en trokken ze zo door die gaten naar beneden. Niemand die dat op zou merken, want die kleine meisjes zag je toch niet door het gras lopen. Mijn enige bescherming was heel hard schreeuwen, dan wist iedereen waar ik was. Het liefst bleef ik toch maar veilig uit dat hoge enge gras. Dat ik dan uitgelachen en geplaagd werd nam ik voor lief.

Gelukkig houden die grondwezentjes niet van stevige huisvrouwen, dus ik kan nu rustig door het hoge gras lopen. Overigens, ik pas ook niet meer in die gaten, gelukkig maar.


©Databeesje