tootje

Troost.

krijgen en geven

Toen de kinderen nog klein waren gebeurde er wel eens een klein ongelukje, ze vielen of er ging een lievelingsspeeltje kapot. Groot verdriet, Papa of Mama was meestal wel in de buurt, of een andere vertrouwde volwassene, die kon troosten. Een kusje op de zere knie, schoonmaken, pleistertje erop, of het speeltje werd min of meer opgelapt of er werd met troostende woorden over het ergste verdriet heen geholpen. En dat hielp gewoonlijk wel, het knietje genas en het leed was geleden.

Dan raken we een kind kwijt: wie moet wie troosten? 
En HOE kan je troosten? 
Papa en Mama zijn niet in staat om de andere kinderen te steunen, te troosten, hoe graag ze ook zouden willen, het lukt niet. En niemand kan hun troosten, zij ook elkaar niet……. 
Dit verdriet is zo groot, zo niet te overzien.

Ik voel me zo schuldig dat ik te kort geschoten ben in het bijstaan van mijn kinderen na het overlijden van Bas. Maar echt, ik weet niet hoe ik het had moeten doen, ik weet zelf nu nog steeds niet hoe ik met die pijn van binnen moet leven. Ogenschijnlijk, voor de buitenwereld, red ik me aardig. Maar van binnen ben ik kapot, blijf ik kapot en dat maakt dat ik voel dat ik tekort schiet ten opzichte van al die andere mensen, die steun, hulp en begrip van mij verwachten, denken dat ik er weer tegen kan. Die vinden mij een jankebalk en gek en gestoord. Ze hebben jaren lang begrip geveinsd, zogenaamde troost gegeven en vonden zichzelf geweldig, omdat ze zo belangeloos voor me klaar hadden gestaan. Wat hadden ze eigenlijk gedaan? Geluisterd naar mijn verdriet, geen troost gegeven, geen moed ingesproken, geen steun, geen hoop…… En heb ik er misbruik van gemaakt(want dat zei ze); waarvan eigenlijk, van het luisterend oor? Ik voel me genomen, ik voel me misbruikt, ik gaf vertrouwen en kreeg er niets voor terug, ja toch wel, nu, VERWIJTEN. 
Ik heb de illusie niet gehad dat ik wat voor andere mensen kon betekenen, ik weet dat ik niet in staat ben om te troosten en te steunen. Ik heb meer waardering voor de mensen die wel belangeloos naar ons hebben willen luisteren, die begrepen dat zij niet in het minst konden voorstellen wat wij voelen en ervaren. En dàt zijn geen mensen die daar speciaal voor opgeleid zijn, dàt zijn mensen die ook hun eigen emotie durven en kunnen tonen, die nog kunnen luisteren naar hun hart.


©Databeesje