|








|
|
Mijn leven is een tuin,
mijn kinderen de bloemen;

Zij is als een orchidee,
zo origineel
en mooi,
gevoelig en teer.

Hij was de roos,
heel wild en rank,
de schoonheid
gebroken
voor de bloei.

Zij is het lelietje van dalen.
geurig en geliefd,
als dekmantel
van het verdriet.
|
|